|
Deze molen noemt men een
"bovenkruier". Dit omdat de kap los op de molenromp ligt en draaibaar
is. Om deze kap te verdraaien heeft men een overbrenging nodig om het
totale gewicht van de kap dat toch al gauw zo een 15 á 20 ton kan
bedragen om te zetten naar de wind.
Daarom steken er uit de kap twee lange balken.
Deze noemen we de lange en de korte spruit. Aan de achterzijde van de
molen is aan de korte spruit in het midden de staartbalk bevestigd. Aan
deze staartbalk zijn 4 schoren gemaakt welke weer een verbinding hebben
met de lange en de korte spruit. Om inwateren van deze schoren te
voorkomen zit er bovenop deze schoren een kapje ook wel "de Pet"
genoemd. Tussen de schoren
in zitten nog ijzeren haken. Deze dienen ervoor dat mocht een van de
schoren afbreken ze niet in het eventueel draaiende wiekenkruis terecht
komen.
  |