|
De eerste verdieping is in deze
molen de "Meelzolder". Hier wordt het meel opgevangen dat uit de
meelpijp vandaan komt. Op deze plek is de molenaar meestal aan het werk
omdat hier moet worden gecontroleerd of het meel wel van goede kwaliteit
is en blijft. Immers de wisselende winden zorgen ervoor dat de stenen
vaak onregelmatig draaien. Vandaar dat de loper, dit is de bovenste
steen, op en neer kan worden bewogen door middel van de lichtstok. Op de
1e foto is dat de stok waar het gewicht aan hangt. Deze is via een band
verbonden met de pasbalk waar in het midden een "kussen" zit waarop weer
de taats van de bolspil draait. Deze pasbalk wordt door middel van de
lichtstok op en neer bewogen en hierdoor gaat ook de loper op en neer.
Als de molen sneller gaat draaien neemt ook de toevoer van het graan
toe. Als er nu niets wordt gedaan zal het graan niet fijn genoeg gemalen
worden. Dus moeten de stenen iets meer op elkaar gebracht worden. Neemt
de wind echter af dan moeten de stenen juist weer wat losser van elkaar
omdat anders de mogelijkheid bestaat dat de molen gaat stilstaan doordat
er teveel weerstand is. Dit laatste is vooral van toepassing bij een
zwakke wind. Meestal word het meel rechtstreeks in de zak opgevangen.
De molenaar kan er ook voor
kiezen om het meel niet rechtstreeks in de zak maar via de "Buil" te
laten lopen. Foto 2. Dit is een fijne zeef welke wordt aangedreven door
een kamwiel dat aan
de bolspil zit gemonteerd. De zeef
haalt dan de zemelen uit het meel vandaan en men verkrijgt op deze
manier bloem om brood van te bakken. In deze molen werkt de "Buil"
alleen op windkracht.
  |