|
De wieken zijn op een windmolen
niet weg te denken. Immers zonder wieken kan een molen nooit draaien. De
wieken zijn eigenlijk 2 grote stalen of houten roeden waaraan heklatten zijn
gemonteerd. De roeden zijn gestoken door de Askop. Als men voor de wiek
gaat staan dan heeft men rechts van de roede de windborden zitten en de
voorzoom. Links van de roede zitten dan de heklatten met de binnenzomen
en de achterzoom. De windborden staan enigszins in een schuine hoek op
de roeden. Ook de heklatten hebben een bepaalde stand. Men noemt dit de
"Zeeg". Om zoveel mogelijk wind te kunnen vangen kan men zeilen voor de
wieken spannen. Niet iedere molen heeft zeilen nodig. Er zijn in de loop
der jaren nogal verschillende wieksystemen uitgevonden. Molen "De Ster"
is echter uitgerust met het "Oudhollands" wieksysteem wat inhoud dat je
op alle vier de wieken zeil kan voeren. In het verleden heeft de molen
ook andere wieksystemen gehad waarvoor de as moest worden doorgeboord.
Hierdoor liep dan een lange stang welke aan de voorkant werd verbonden
met een klepsysteem. Dit was het "ten-Have" systeem van molenmaker
ten-Have uit Vorden. Aan de achterkant zat dan een mechaniek waardoor
men vanaf de staart de kleppen kon openzetten waardoor de molen vaart
minderde. Ook is deze molen nog voorzien geweest van zelfzwichting.
Kleine klepjes aan de roede op de plek van de heklatten. Als het harder
ging waaien dan gingen de klepjes open en blies de wind er doorheen.
De foto's laten zeilvoeringen
zien die regelmatig op de molen worden gevoerd. Afhankelijk van de wind
snelheid wordt bepaald wat voor zeilvoering ervoor word gelegd.
Uiteraard kan men ook zonder zeil de molen laten draaien. Dat noemt men
dan "met blote benen" draaien. Het onderste windbord kan ook uitgenomen
worden. Dit noemt men ook wel het stormbord. Bij heel harde wind word
dit ook wel eens uitgenomen.
  |